Wat leer ik in groep 4

Taal

In alle groepen is er per thema aandacht voor allerlei verschillende vormen van taal, zoals mondelinge taalvaardigheid ( een gesprek voeren, spreken en luisteren) , schriftelijke taalvaardigheid (een brief kunnen schrijven) en spelling. Hieronder vindt u de belangrijkste doelen en de nieuwe onderdelen die aan bod komen op het gebied van ‘verkennen van taal’. Het gaat dan om het verkennen van tekens , woorden, zinnen en taalgebruik. De kinderen leren het alfabet en kunnen de letters van het alfabet in de juiste
volgorde zetten.
De kinderen leren woorden in alfabetische volgorde zetten op grond van de      eerste en tweede letter van het woord.  
De kinderen leren het verschil tussen klinkers en medeklinkers.
De kinderen leren dat woorden uit klankgroepen bestaan.
De kinderen leren wat pictogrammen zijn en waarvoor ze gebruikt worden.
De kinderen leren het verschil tussen beleefd en onbeleefd taalgebruik.
De kinderen leren tegenstellingen benoemen.
De kinderen leren voorzetsels herkennen

SPELLING

Bij spelling wordt onderscheid gemaakt tussen luisterwoorden ( schrijf het woord zoals je het hoort), weetwoorden ( die moet je weten) en regelwoorden ( bij deze woorden hoort een regel). Er zijn voor kinderen die moeite hebben met spelling ook spellingshulpjes.

Thema 1: medeklinkers aan het begin/eind en medeklinkers met tussenklank (luisterwoorden)
Thema 2: v/f, s/z, sch/ schr (luisterwoorden)
thema 3: ng/nk, eer/oor/eur (luisterwoorden), ij/ ei (weetwoorden)
thema 4: aai, ooi, oei (luisterwoorden), v-, f-, s-, z- (weetwoorden), eind –d (regelwoorden)
thema 5: eeuw, ieuw, uw (luisterwoorden), au/ou, ei/ij (weetwoorden)
thema 6: cht, ch (weetwoorden), verkleinwoorden met je, tje, pje (regelwoorden), eind -d (regelwoorden)
thema 7: eind -d (regelwoorden),open en gesloten klankgroep (regelwoorden)
thema 8: open klankgroep (regelwoorden), gesloten klankgroep dubbele medeklinker (regelwoorden),
open klankgroep tweetekenklank (regelwoorden)

LEZEN

Voor technisch lezen wordt gebruik gemaakt van de methode ‘estafette’. Midden groep 4 beheersen de meeste kinderen leesniveau M (midden) 4, eind groep 4 is dit E (eind) 4.
Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van de methode ‘Nieuwsbegrip’ voor begrijpend lezen. Nieuwsbegrip ontwikkelt wekelijks teksten die aansluiten op het nieuws. In groep 4 wordt hiermee aan het einde van het schooljaar gestart.
REKENEN
Hieronder vindt u de belangrijkste nieuwe onderdelen per blok. Elk hoofdstuk is er ook aandacht voor het automatiseren en herhalen van eerder aangeboden sommen.
In elk blok komt ook meetkunde en ruimtelijk inzicht aan de orde, zoals bouwsels, positiebepalen e.d.
Wilt u meer weten over wat de kinderen leren en op welke manier, neemt u dan eens een kijkje op de volgende website:
http://www.malmberg.nl/Basisonderwijs/Methodes/Rekenen/De-wereld-in-getallen/Leerlijnenoverzicht/Leerlijnen.htm

BLOK 1 EN 2 A

Herhaling groep 3; sommen tot en met 100
Getallenlijn tot en met 100 en buurgetallen
Rekenen met tientallen en sprongen van 10
Introductie van het keerteken en de tafel van 2 en 10
Rekenen met munten van 1, 2, 5, 10, 20 en 50 cent
Klokkijken: hele uren (analoog en digitaal), halve uren (analoog)
Lengte: meter, centimeter en liniaa
Gewicht: wegen met standaardmaat kilogram

BLOK 3 EN 4 A

Geld: teruggeven van 50 cent
Meten: lengte in m en cm, gewicht in kg
Optellen en aftrekken met tientallen
Introductie tafel van 5 en 3
Vermenigvuldigen met verhoudingstabel
Introductie €-teken
Introductie biljetten van 20, 50 en 100 euro
Gepast betalen en teruggeven tot 100 euro
Kalender

BLOK 1 EN 2 B

Vooruit- en terugspringen op de getallenlijn
Optellen en aftrekken met tientallen tot 100
Introductie tafel van 4
Introductie op delen, verdeelsituaties
Rekenen t/m 100 euro
Introductie kwartier
Inhoud: vergelijken en bepalen, introductie liter

BLOK 3 EN 4 B

Telrij t/m 500
Optellen en aftrekken t/m 100
Introductie tafel van 6
Handig rekenen met verhoudingen
Tijd, maand- en jaarkalender, maanden van het jaar
Lengte: lichaamsmaten met rolmaat/meetlint boven de 100 cm
Gewicht: vergelijken, introductie gram

GESCHIEDENIS

Geschiedenis: methode: Een zee van tijd.
De methode bestaat uit 6 thema’s en elk thema heeft 5 lessen. Voor meer informatie (o.a. luisterteksten) kunt u terecht op de volgende website:
http://gebruikers.zwijsen.nl/web/Een-zee-van-tijd-2/Groep-6.htm

De lessen worden gegeven uit een lesboek en verwerkt in een werkboek. Er wordt veel gebruik van filmpjes, die van Teleblik, Schooltv-beeldbank, Het Klokhuis en andere sites worden gehaald. Voor elke toets wordt er een samenvatting behandeld, die de kinderen mee naar huis krijgen.

AARDRIJKSKUNDE

Voor aardrijkskunde gebruiken we de methode ‘Meander’.
Elk thema wordt ingeleid met een verhaal met Meander, Brandaan en Naut. De stof is verdeeld in 5 thema’s. Elke derde les is een topografieles. De topografie van Nederland, provincies en provinciehoofdsteden wordt in de eerste weken behandeld en getoetst.

Na elk thema krijgen de leerlingen het oefenpakket mee naar huis om te leren. Elk thema wordt afgesloten met een toets. De topografie wordt ook na elk thema getoetst. Er wordt veel gebruik van filmpjes, die van Teleblik, Schooltv-beeldbank, Het Klokhuis en andere sites worden gehaald.

NATUURONDERWIJS EN TECHNIEK

We maken gebruik van de methode Leefwereld. Gedurende het schooljaar wordt er een keuze gemaakt uit de volgende onderwerpen:

SOCIALE VAARDIGHEDEN EN EXPRESSIE

Onder expressie verstaan we tekenen, handvaardigheid , muziek , dans en drama. We hebben hiervoor de methode ‘moet je doen’. De leerkrachten maken hieruit een keuze of zoeken activiteiten die aansluiten bij thema’s vanuit andere vakgebieden.
Voor sociale vaardigheden hebben we de methode ‘kanjertraining’. Het belangrijkste doel is dat een kind positief over zichzelf en een ander leert denken. De Kanjertraining geeft kinderen handvatten in sociale situaties en daardoor komt tijd en energie vrij. Binnen de Kanjertraining worden kinderen geconfronteerd met de gevolgen van hun gedrag. Deze informatie krijgen ze van hun klasgenoten en indien nodig van de leerkrachten.

Kanjertraining

Het principe van de Kanjertraining bestaat uit het bewust worden van vier manieren van reageren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van vier typetjes:
Pestvogel (zwarte pet): Uitdager, bazig, hork, pester.
Het zwarte petten gedrag denkt goed over zichzelf, maar niet goed over een ander.
Aap (rode pet): Grapjurk, uitslover, meeloper, aansteller, malloot.
Het rode petten gedrag denkt niet goed over zichzelf, maar ook niet goed over een ander.
Konijn (gele petten gedrag): Te bang, vermijdend, faalangstig en stil.
Het gele petten gedrag denkt slecht over zichzelf en goed over een ander.
Tijger (witte pet):, gewoon, normaal, te vertrouwen, aanspreekbaar op gedrag.
Het witte petten gedrag denkt goed over zichzelf en de ander. Tijdens de

Kanjertraining staan vijf afspraken centraal:
- We vertrouwen elkaar.
- We helpen elkaar.
- Niemand speelt de baas.
- Niemand lacht uit.
- Niemand doet zielig.

HOE LEREN WE KINDEREN OM TE GAAN MET PESTVOGELS?

Uitschelden, Reactiemogelijkheden
Ik doe daarom als een tijger. De pestvogel scheldt mij uit. Ik zeg: Nou en! ….en loop weg. Ik gebruik mentale judotechniek. Dat doe ik door niet tegen te spreken maar te denken: als jij dat wil zeggen, ga je gang, maar ik heb geen zin om hiernaar te luisteren.
Ik haal mijn schouders op en laat de pestvogels en de aapjes kletsen. Ik weet dat de pestvogel en het aapje altijd ruzie willen, omdat ze stoer willen doen of grappig willen zijn. Daarom ga ik het winnen. De aapjes en pestvogels krijgen hun zin niet. Ik laat mij niet uitdagen. Ze zijn niet wijzer.
Vals beschuldigen, spullen afpakken, schoppen, slaan, duwen, voordringen, bedreigen en de baas spelen. Reactiemogelijkheden:

Ik let op mijn gevoel: ruziemaken is vervelend. Ik denk na wat ik wel en niet wil. Ik vraag of de pestvogel wil stoppen, want ik vind dit niet leuk. En ik loop weg.
Als de pestvogel doorgaat, roep ik de hulp in van de leerkracht. Deze zorgt voor een passende straf voor de pestvogel en licht desgewenst de ouders van de pestvogel in.

In de kanjertraining wordt vaak gevraagd: is het jouw bedoeling om….jouw moeder teleurgesteld te krijgen ….de juf kwaad te maken …..deze jongen verdrietig te maken?
Als het kind antwoordt dat het zijn bedoeling is kan het antwoord zijn: “Dat is dan gelukt, maar dan heb je een probleem, het wordt niet geaccepteerd. Kinderen willen niet met je spelen als je je zo gedraagt. Als je iedereen dwars wil zitten ben je op de goede weg.”
Antwoordt het kind dat het niet zijn bedoeling is, dan antwoorden we: “Doe dan anders!” Het kind krijgt dan tips van de andere kinderen en eventueel van de leerkracht over de manier waarop hij dat kan aanpakken.
De Kanjertraining probeert elk kind in te laten zien dat het beter en prettiger is voor jezelf en voor een ander om je goed te gedragen. Iedereen wil toch een kanjer zijn!

HUISWERK

Het huiswerk wordt opgebouwd van groep 4/ 5 naar groep 8. Het huiswerk dat de kinderen mee krijgen, moeten ze in principe zelfstandig kunnen maken.
In groep 5 wordt er ook gestart met spreekbeurten. Hier worden in groep 5 andere eisen aan gesteld dan in groep 8.



De Vennegotte op Facebook