WAt leer ik in Groep 8

Taal

In alle groepen is er per thema aandacht
 voor allerlei verschillende vormen van taal, zoals mondelinge taalvaardigheid (een gesprek voeren, spreken en luisteren) schriftelijke taalvaardigheid (een brief kunnen schrijven) en spelling.
Hieronder vindt u de belangrijkste doelen en de nieuwe onderdelen die aan bod komen op het gebied van ‘verkennen van taal’. Het gaat dan om het verkennen
 van tekens , woorden, zinnen en taalgebruik.

De kinderen leren de delen van contaminaties herkennen (overnieuw = overdoen en opnieuw).
De kinderen leren de functiewoorden lidwoord, voornaamwoord, voorzetsel en voegwoord herkennen.
De kinderen leren vaste voorzetsels bij werkwoorden gebruiken (denken aan).
De kinderen leren telwoorden herkennen.
De kinderen leren wederkerende voornaamwoorden herkennen en gebruiken (ik
bemoei me daar nooit mee).
De kinderen leren de betrekkelijke voornaamwoorden die, dat en wat gebruiken.
De kinderen leren de top 3 van veelgemaakte taalfouten vermijden ( als/dan, hun/zij, jou/jouw – me/mijn)
De kinderen leren scheidbaar en onscheidbaar samengestelde werkwoorden herkennen en gebruiken.
De kinderen leren elementen in een zin weg te laten (voor- en nagesprek)
De kinderen leren het tegenwoordig deelwoord (lopend).
De kinderen leren de samengestelde werkwoorden (on)scheidbaar (ik stel voor / ik heb voorgesteld).

Spelling

Bij spelling wordt onderscheid gemaakt tussen
luisterwoorden (schrijf het woord zoals je het hoort),
weetwoorden,(die moet je weten) en regelwoorden (bij deze woorden hoort een regel).
Er zijn voor kinderen die moeite hebben met spelling ook spellingshulpjes. De volgende spellingscategorieën komen aan bod per thema (ww = werkwoordspelling):

Thema 1

c klinkt als k of s, leenwoorden uit het Engels of frans, woorden met y (weetwoorden)
Ww: voltooid deelwoord met een andere klank/ met dezelfde klank, bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord.

Thema 2:

samenstellingen met tussenletters en, samenstellingen met tussenletter e
samenstellingen met z die klinkt als s / samenstellingen met tussenletter s (regelwoorden)
ww: bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord zelfde klank –d en -t soort, dubbelvormen: besteedde / bestede

Thema 3

samenstellingen met koppelteken, trema, apostrof ’s (regelwoorden).
Ww: bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord: andere klank

Thema 4

iaal, ieel, ueel (weetwoorden), meervouden met onbeklemtoonde iken, esen, eten, open en gesloten lettergreep (regelwoorden)
Ww: hele werkwoord (infinitief), tegenwoordig deelwoord (zonder en met -e), dubbelvormen: praten / praatten

Thema 5

woorden met x (weetwoorden), stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden, open en gesloten lettergreep (regelwoorden),
Ww: tegenwoordig deelwoord (zonder en met -e), dubbelvormen: benoemt / benoemd, dubbelvormen: beantwoordde / beantwoorde, voltooide en onvoltooide tijd

Thema 6

cht/ ch, ei/ ij , au/ ou (weetwoorden)
Ww: voltooid deelwoord: onregelmatige werkwoorden, samengestelde werkwoorden: (on)scheidbaar, werkwoorden met verschil van accent en betekenis / met 2 verledentijdsvormen of homofonen, scheidbaar en onscheidbaar samengestelde werkwoorden

Thema 7

i klinkt als ie, achtervoegsel ig/ lijk, achtervoegsel heid, teit (weetwoorden)
Ww: voltooid deelwoord op –d of -t, dubbelvormen: verwachtte / verwachte, dubbelvormen: erkent / erkend, onderwerp en persoonsvorm bij onduidelijk getal

Thema 8

age, oge, ege, woorden met – isch(e) (weetwoorden), hoofdletter (regelwoorden)
Ww: de verleden tijd: dd en tt , bijv. gebruikt volt. deelw. met -e of –en, de persoonsvorm: d, t, of dt?

lezen

Voor technisch lezen wordt gebruik gemaakt van de methode ‘estafette’. In groep 8 hebben in principe alle kinderen het eindniveau van lezen bereikt (Avi Plus). Er is veel aandacht voor verschillende genres en leesvormen, ook is het onderhouden van de leesvaardigheid en leesplezier belangrijk. .
Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van de methode ‘Nieuwsbegrip’ voor begrijpend lezen. Nieuwsbegrip ontwikkelt wekelijks teksten die aansluiten op het nieuws.

Rekenen

Hieronder vindt u de belangrijkste nieuwe onderdelen per blok. Elk hoofdstuk is er ook aandacht voor het automatiseren en herhalen van eerder aangeboden sommen.
In elk blok komt ook meetkunde en ruimtelijk inzicht aan de orde, zoals bouwsels, positiebepalen e.d.
Wilt u meer weten over wat de kinderen leren en op welke manier, neemt u dan eens een kijkje op de volgende website:
http://www.malmberg.nl/Basisonderwijs/Methodes/Rekenen/De-wereld-in-getallen/Leerlijnenoverzicht/Leerlijnen.htm

Blok 1 en 2 A

Introductie miljard, getalbeeld: uitspraak en notatie
Gemiddelde berekenen reeks getallen met max 2 decimalen
Verschil uitrekenen met maximaal 3 decimalen
Vergelijken, optellen en aftrekken van ongelijknamige breuken
Vermenigvuldigen van breuken
Breuken omzetten in kommagetallen
Zakrekenmachine: Afronden op 2 decimalen
Grafieken: lezen en interpreteren van een liggend staafdiagram, voorspellingen doen op basis van grafieken, gegevens in grafiek plaatsen

Blok 3 en 4 A

Grote getallen afronden op 100 000
Doordelen achter de komma
Vermenigvuldigen en delen eenvoudige kommagetallen en breuken
Rekenen met percentages groter dan 100%
Oppervlakten en inhouden vergelijken en berekenen bij gegeven schaal
Puntcoördinaten aflezen en tekenen binnen assenstelsel
Verhoudingen stok/schaduw
Effecten knipwerk vouwblaadjes kunnen beredeneren
Zakrekenmachine: Delen met rest, breuken omzetten in kommagetallen, percentages
Beeldgrafiek: lezen, interpreteren en ermee rekenen

Blok B

De doelen lopen hier uiteen in drie groepen

Eén en twee sterren

Hierbij is veel herhaling van eerder aangeleerde stof ook is er veel toepassing zoals rente berekenen, reisgrafieken enz. Bij 1 ster wordt er geschrapt in de doelen.
Optellen en aftrekken grote getallen tot 10 000
Cijferend optellen en aftrekken tot 10 000 (inclusief geldbedragen)
Cijferend vermenigvuldigen (inclusief geldbedragen)
Staartdelingen
Grote getallen schrijven als kommagetal
Breuken vergelijken
Percentages in stroken
Korting en nieuwe prijs berekenen
Renteberekeningen via 1%
Gebruik rekenmachine
Schaal
Puntcoördinaten in een assenstelsel lezen en intekenen
Bouwen doosje aan de hand van uitslagen
Veldcoördinaten op plattegrond zoeken en lezen
Herkennen ruimtelijke figuren (o.a. kubus, balk, piramide)
Reisinformatie (NS)
Aflezen bankafschrift
Kopen op afbetaling

Drie sterren

Priemgetallen
Het Egyptisch getalsysteem
Vijftallig stelsel
Kwadrateren en worteltrekken
Volgorde van bewerkingen
Rekenen met haakjes
Delen: heel getal door breuk, breuk door heel getal, gemengd getal door heel getal, breuk door breuk
Rente op rente berekenen
Ontstaansgeschiedenis huidige kalender
Wereldkalender
Eeuwigdurende kalender
Christelijke en islamitische en Chinese jaartelling
Tijdzones
Inhoud berekenen van: blokjes, blokjes die diagonaal doorgesneden zijn, balkfiguren waar symmetrisch en asymmetrische delen van weggelaten zijn, cilinders
Meten van hoeken met een geodriehoek
Kennismaken begrippen: rechte, scherpe en stompe hoek
Ontdekken dat de som van de hoeken van een driehoek 180° is en van een vierkant 360°
Noteren coördinaten in een veld met vier kwadranten
Gebruik geheugentoetsen en de error-functie

Geschiedenis

Geschiedenis: methode: Een zee van tijd.
De methode bestaat uit 6 thema’s en elk thema heeft 5 lessen. We hebben er indertijd voor gekozen om een toets af te nemen na les 3 en les 5. Voor meer informatie (o.a. luisterteksten) kunt u terecht op de volgende website:
http://gebruikers.zwijsen.nl/web/Een-zee-van-tijd-2/Groep-6.htm
De lessen worden gegeven uit een lesboek en verwerkt in een werkboek. Er wordt veel gebruik van filmpjes, die van Teleblik, Schooltv-beeldbank, Het Klokhuis en andere sites worden gehaald. Voor elke toets wordt er een samenvatting behandeld, die de kinderen mee naar huis krijgen.

Aardrijkskunde

Voor aardrijkskunde gebruken we de methode ‘Meander’.
Elk thema wordt ingeleid met een verhaal met Meander, Brandaan en Naut. De stof is verdeeld in 5 thema’s. Elke derde les is een topografieles. De topografie van Nederland, provincies en provinciehoofdsteden wordt in de eerste weken behandeld en getoetst.

Na elk thema krijgen de leerlingen het oefenpakket mee naar huis om te leren. Elk thema wordt afgesloten met een toets. De topografie wordt ook na elk thema getoetst. Er wordt veel gebruik van filmpjes, die van Teleblik, Schooltv-beeldbank, Het Klokhuis en andere sites worden gehaald.
Natuuronderwijs en techniek

We maken gebruik van de methode Leefwereld. Gedurende het schooljaar wordt er een keuze gemaakt uit de volgende onderwerpen:

Er wordt gewerkt met een boek en werkbladen. Er worden geen toetsen afgenomen.

Sociale vaardigheden en expressie

Onder expressie verstaan we tekenen, handvaardigheid , muziek , dans en drama. We hebben hiervoor de methode ‘moet je doen’. De leerkrachten maken hieruit een keuze of zoeken activiteiten die aansluiten bij thema’s vanuit andere vakgebieden.

Voor sociale vaardigheden hebben we de methode ‘kanjertraining’. Het belangrijkste doel is dat een kind positief over zichzelf en een ander leert denken. De Kanjertraining geeft kinderen handvatten in sociale situaties en daardoor komt tijd en energie vrij. Binnen de Kanjertraining worden kinderen geconfronteerd met de gevolgen van hun gedrag. Deze informatie krijgen ze van hun klasgenoten en indien nodig van de leerkrachten.

Het principe van de Kanjertraining bestaat uit het bewust worden van vier manieren van reageren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van vier typetjes:
Pestvogel (zwarte pet): Uitdager, bazig, hork, pester.
Het zwarte petten gedrag denkt goed over zichzelf, maar niet goed over een ander.
Aap (rode pet): Grapjurk, uitslover, meeloper, aansteller, malloot.
Het rode petten gedrag denkt niet goed over zichzelf, maar ook niet goed over een ander.
Konijn (gele petten gedrag): Te bang, vermijdend, faalangstig en stil.
Het gele petten gedrag denkt slecht over zichzelf en goed over een ander.
Tijger (witte pet):, gewoon, normaal, te vertrouwen, aanspreekbaar op gedrag.
Het witte petten gedrag denkt goed over zichzelf en de ander.
Tijdens de Kanjertraining staan vijf afspraken centraal:
-         We vertrouwen elkaar.
-         We helpen elkaar.
-         Niemand speelt de baas.
-         Niemand lacht uit.
-         Niemand doet zielig.

HOE LEREN WE KINDEREN OM TE GAAN MET PESTVOGELS?

Uitschelden, Reactiemogelijkheden
Ik doe daarom als een tijger. De pestvogel scheldt mij uit. Ik zeg: Nou en! ….en loop weg. Ik gebruik mentale judotechniek. Dat doe ik door niet tegen te spreken maar te denken: als jij dat wil zeggen, ga je gang, maar ik heb geen zin om hiernaar te luisteren.
Ik haal mijn schouders op en laat de pestvogels en de aapjes kletsen. Ik weet dat de pestvogel en het aapje altijd ruzie willen, omdat ze stoer willen doen of grappig willen zijn. Daarom ga ik het winnen. De aapjes en pestvogels krijgen hun zin niet. Ik laat mij niet uitdagen. Ze zijn niet wijzer.
Vals beschuldigen, spullen afpakken, schoppen, slaan, duwen, voordringen, bedreigen en de baas spelen. Reactiemogelijkheden:
Ik let op mijn gevoel: ruziemaken is vervelend. Ik denk na wat ik wel en niet wil. Ik vraag of de pestvogel wil stoppen, want ik vind dit niet leuk. En ik loop weg.
Als de pestvogel doorgaat, roep ik de hulp in van de leerkracht. Deze zorgt voor een passende straf voor de pestvogel en licht desgewenst de ouders van de pestvogel in.
In de kanjertraining wordt vaak gevraagd: is het jouw bedoeling om….jouw moeder teleurgesteld te krijgen ….de juf kwaad te maken …..deze jongen verdrietig te maken?
Als het kind antwoordt dat het zijn bedoeling is kan het antwoord zijn: “Dat is dan gelukt, maar dan heb je een probleem, het wordt niet geaccepteerd. Kinderen willen niet met je spelen als je je zo gedraagt. Als je iedereen dwars wil zitten ben je op de goede weg.”
Antwoordt het kind dat het niet zijn bedoeling is, dan antwoorden we: “Doe dan anders!” Het kind krijgt dan tips van de andere kinderen en eventueel van de leerkracht over de manier waarop hij dat kan aanpakken.
De Kanjertraining probeert elk kind in te laten zien dat het beter en prettiger is voor jezelf en voor een ander om je goed te gedragen. Iedereen wil toch een kanjer zijn!

Engels




Huiswerk

Het huiswerk wordt opgebouwd van groep 4/ 5 naar groep 8. Het huiswerk dat de kinderen mee krijgen, moeten ze in principe zelfstandig kunnen maken.
In groep 5 wordt er ook gestart met spreekbeurten. Hier worden in groep 5 andere eisen aan gesteld dan in groep 8. 

De Vennegotte op Facebook