Wat leer ik in Groep 2

Wat leer ik in groep 1 en 2 ?

We hebben alles wat je leert in groep 1 en 2 voor u op een rijtje gezet.

    

We maken gebruik van de methode Onderbouwd. In deze methode zijn alle vakken geïntegreerd. We werken hierbij met thema’s. Onderbouwd heeft 11 thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van jonge kinderen. Binnen de thema's worden de vaardigheden, zoals hieronder beschreven, aangeboden en getoetst. We werken daarbij veel met het ontwikkelingsmateriaal uit de kasten. Ook wordt er gewerkt met routine-lesjes waarin vaardigheden en kennis die oefening vergen , behandeld worden. We krijgen daarbij hulp van een aantal figuren in de vorm van handpoppen.  

Algemeen groep 1

In groep 1 ligt de nadruk op het wennen om naar school te gaan. Er is veel aandacht voor dagritme ( wanneer doen we wat). Het leren gaat spelenderwijs. Er wordt veel gewerkt in hoeken ( de huis hoek en de bouwhoek ). Daarnaast is er veel aandacht voor de sociaal- emotionele ontwikkeling en het ontwikkelen van zelfstandigheid. Ook stimuleren we de interesse voor taal en rekenen. 

Algemeen groep 2 

In groep 2 loopt de ontwikkeling vanuit groep 1 door. Uw kind wordt spelenderwijs voorbereid op het leren lezen, schrijven en rekenen in groep 3. Uw kind leert samen werken en spelen, maar ook om zelfstandig te werken en te spelen.

Taal - lezen 

Bij taal en lezen gaat het om de ontwikkeling van woordenschat, voorbereidend schrijven ( schrijven en krabbelen), het leren van klanken en letters, het kunnen vertellen van een verhaal en de mondelinge taalvaardigheid (spreken en luisteren). 
Deze vaardigheden zijn opgedeeld in subdoelen, voorbeelden van deze subdoelen zijn: 

Groep 1

Uw kind ….. 
Kan 5 letters benoemen en herkennen 
Kan een gesprekje voeren met andere kinderen 
Kan in de kring op een begrijpelijke manier iets vertellen 
Weet dat de illustraties bij een verhaal horen 
Kan voorspellen hoe een verhaal verder gaat 
Kan lettergrepen onderscheiden in een woord 
Kan beginrijm toepassen 
Begrijpt dat je gesproken taal kunt opschrijven 
Kan zijn eigen naam schrijven 
Kan bijschriften benoemen op tekeningen (boom, zon, papa) 
Kent de basiswoorden 
Kent de primaire kleuren 
Zingt mee met eenvoudige liedjes 

Groep 2

Uw kind… 
Kent 10 -15 letters 
Kan een voorgelezen verhaal navertellen 
Kan rijmen 
Kan klanken samenvoegen tot een woord 
Neemt actief deel aan een gesprekje 
Kan zelf vertellen wat een probleem is en een oplossing bedenken 
Kan zelf een verhaal vertellen bij een prentenboek (“ zelf lezen”) 
Kan vertellen wat lezen en schrijven is 
Gebruikt de basiswoorden en de uitbreidingswoorden 
Kan zelf iets schrijven/ krabbelen bij een tekening 
Kent de secundaire kleuren

Rekenen 

Bij rekenen gaat het om het ontwikkelen van tijdsbesef, meten en wegen, tellen en rekenen, ruimte en vormen. 

Groep 1

Uw kind ….. 
kan vanuit verschillende getallen verder tellen tot 10 
kan hoeveelheden tot 10 tellen 
kan hoeveelheden koppelen aan de getalsymbolen tot en met 6 
kent de begrippen cirkel, driekhoek en vierkant. 
gebruikt begrippen als voor, achter, dichtbij, naast (actief) 
kan constructies nabouwen 
maakt patronen na (kralen, stempelen, mozaiekfiguren) 
kent de dagen van de week 

Groep 2

Uw kind ….. 
kan de telrij opzeggen tot en met 20 
kan eenvoudige optellingen en aftrekkingen maken onder de 10. 
kent de begrippen cirkel, driehoek, rechthoek, vierkant en ruit 
hanteert de begrippen links en rechts 

sociale vaardigheden en zelfredzaamheid 

Bij sociale vaardigheden gaat het om het ontwikkelen van zelfstandigheid en om de sociaal- emotionele ontwikkeling. Deze vaardigheden zijn opgedeeld in subdoelen, voorbeelden van deze subdoelen zijn: 

Groep 1

Uw kind ….. 
durft nieuwe dingen uit te proberen 
kan op zijn beurt wachten (tijdens een spel of een gesprekje) 
stopt als een ander kind ‘hou op’ zegt 
kan het weer goed maken na een ruzie 
gaat zelf verder met zijn werkje, na even afgeleid te zijn 
is trots op wat hij maakt en kan 
kan zelfstandig naar de w.c. 
kan zijn emoties verwoorden 

Groep 2

Uw kind ….. 
probeert zich aan regels en afspraken te houden 
kan omgaan met teleurstellingen 
zoekt een oplossing als iets niet lukt 
kan vertellen wat hem blij, verdrietig of bang maakt 
komt goed op voor zijn eigen wensen (rustig en duidelijk) 
wil graag iets nieuws leren en steeds meer (zelf) kunnen 
kan langere tijd activiteit uitvoeren zonder hulp 
ruimt zelfstandig op wanneer hij klaar is 

Sociale vaardigheden

Voor sociale vaardigheden hebben we ook op de hele school de methode ‘kanjertraining’. Het belangrijkste doel is dat een kind positief over zichzelf en een ander leert denken. De Kanjertraining geeft kinderen handvatten in sociale situaties en daardoor komt tijd en energie vrij. Binnen de Kanjertraining worden kinderen geconfronteerd met de gevolgen van hun gedrag. Deze informatie krijgen ze van hun klasgenoten en indien nodig van de leerkrachten. 

Het principe van de Kanjertraining bestaat uit het bewust worden van vier manieren van reageren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van vier typetjes: 

Pestvogel (zwarte pet): Uitdager, bazig, hork, pester. 
Het zwarte petten gedrag denkt goed over zichzelf, maar niet goed over een ander. 
Aap (rode pet): Grapjurk, uitslover, meeloper, aansteller, malloot. 
Het rode petten gedrag denkt niet goed over zichzelf, maar ook niet goed over een ander. 
Konijn (gele petten gedrag): Te bang, vermijdend, faalangstig en stil. 
Het gele petten gedrag denkt slecht over zichzelf en goed over een ander. 
Tijger (witte pet):, gewoon, normaal, te vertrouwen, aanspreekbaar op gedrag. 
Het witte petten gedrag denkt goed over zichzelf en de ander. 
Tijdens de Kanjertraining staan vijf afspraken centraal: 
-         We vertrouwen elkaar. 
-         We helpen elkaar. 
-         Niemand speelt de baas. 
-         Niemand lacht uit. 
-         Niemand doet zielig. 

HOE LEREN WE KINDEREN OM TE GAAN MET PESTVOGELS? 

Uitschelden, Reactiemogelijkheden 
Ik doe daarom als een tijger. De pestvogel scheldt mij uit. Ik zeg: Nou en! ….en loop weg. Ik gebruik mentale judotechniek. Dat doe ik door niet tegen te spreken maar te denken: als jij dat wil zeggen, ga je gang, maar ik heb geen zin om hiernaar te luisteren. 
Ik haal mijn schouders op en laat de pestvogels en de aapjes kletsen. Ik weet dat de pestvogel en het aapje altijd ruzie willen, omdat ze stoer willen doen of grappig willen zijn. Daarom ga ik het winnen. De aapjes en pestvogels krijgen hun zin niet. Ik laat mij niet uitdagen. Ze zijn niet wijzer. 
Vals beschuldigen, spullen afpakken, schoppen, slaan, duwen, voordringen, bedreigen en de baas spelen. Reactiemogelijkheden: 
Ik let op mijn gevoel: ruziemaken is vervelend. Ik denk na wat ik wel en niet wil. Ik vraag of de pestvogel wil stoppen, want ik vind dit niet leuk. En ik loop weg. 
Als de pestvogel doorgaat, roep ik de hulp in van de leerkracht. Deze zorgt voor een passende straf voor de pestvogel en licht desgewenst de ouders van de pestvogel in. 
In de kanjertraining wordt vaak gevraagd: is het jouw bedoeling om….jouw moeder teleurgesteld te krijgen ….de juf kwaad te maken …..deze jongen verdrietig te maken? 
Als het kind antwoordt dat het zijn bedoeling is kan het antwoord zijn: “Dat is dan gelukt, maar dan heb je een probleem, het wordt niet geaccepteerd. Kinderen willen niet met je spelen als je je zo gedraagt. Als je iedereen dwars wil zitten ben je op de goede weg.” 
Antwoordt het kind dat het niet zijn bedoeling is, dan antwoorden we: “Doe dan anders!” Het kind krijgt dan tips van de andere kinderen en eventueel van de leerkracht over de manier waarop hij dat kan aanpakken. 
De Kanjertraining probeert elk kind in te laten zien dat het beter en prettiger is voor jezelf en voor een ander om je goed te gedragen. Iedereen wil toch een kanjer zijn! 

Motoriek 

Bij de ontwikkeling van de motoriek gaat het om de fijne motoriek en de grove motoriek. Bij de grove motoriek gaat het om springen, balanceren, e.d. Bij de fijne motoriek gaat het om de motoriek van de vingers, zoals vouwen, tekenen en verven. Deze vaardigheden zijn opgedeeld in subdoelen, voorbeelden van deze subdoelen zijn: 

Groep 1

Uw kind ….. 
klimt soepel in een klimrek 
springt over een klein obstakel 
kan 10 tellen op 1 been staan 
kan een bal gooien en vangen met twee handen 
kan de schaar goed gebruiken 
kan een schuine vouw maken 
tekent details zoals armen, benen en navel 
experimenteert met mengen van 2 kleuren op schotel 

Groep 2

Uw kind ….. 
kan een koprol maken 
kan over een balk lopen 
kan een bal gooien met 1 hand 
kan soepel rennen 
kan bij een spel meerdere kinderen tikken 
kan 16 vierkantjes vouwen 
kan vormen uitknippen 
heeft een goede pengreep 
 

De Vennegotte op Facebook